(Charles Baudelaire

Stéphane Mallarmé

Homerus

James Joyce

Jacob Bicker Raije)

 

 

voor Carien

 

 

Invitation au voyage

 

Een kamer                  (luxe wit, veel wit en dons calme stilte, geen geluid volupté een naakt, een kat)

Een vrouw                   (in het wit in het dons in stilte met haar foto en de poes)

Telefoon                     (zwart en hij gaat dus ogenblikkelijk)

De vrouw                    (kat in dons maar geen stem dus een man)

De kamer                    (leeg hol en naakt)

Daar gaat het licht uit.

 

 

Tout devient suspens

 

De hand die strelen wil

en het vergeet en streelt,

een gezicht dat doodloopt

in de lijnen die verschuiven.

 

Het ingekeerd van zwijgen

waarmee een regel volloopt,

overspringt en het verbreekt.

 

Ontzenuwen woorden als

ook die spanning overslaat

 

en dansende is het de vraag.

 

 

Tekst en uitleg

 

Wat zou je doen

als die man vanachter de bosjes kwam.

Naakt, om hulp verlegen.

 

Als de vriendinnen de vooruitstekende

landtongen opvluchten.

 

De vreemdeling gebaad,

de ezels ingespannen,

de wagen bestegen.

 

Als je de teugels strak hield

en na de maaltijd het zingen

de spelen het dansen –

 

Maar nog voor het vertellen

goed en wel begonnen is

afscheid nam.

 

Wat zou je doen,

nu weer eens aangenomen

dat je niet de dichter bent.

 

(Odyssee, Boek vi, vii en viii;

Samuel Butler, The authoress of the Odyssey;

Robert Graves, Homer’s daughter.)

 

 

  1. Brief encounters

 

De naam is

Mynheer Trik van Trumps.

 

Wie, hoeveel wie,

gaat op zijn stoel zitten

nu en zegt dankbaar:

 

Ha – die ken ik en dan krijg je

Pan Poleaxe Paddyrisky en

Goosepond Prhklstr Kratchinabritchisitch

en wie lacht daar – nu.

 

O die ouderwetse

Mynheer Trik van Trumps

en zijn onmogelijke manieren.

 

Wie zou geloven

dat hij ons leven veranderde,

nu en in het uur van onze dood.

 

 

2.

 

Where was the chap

I saw in that picture somewhere?

Ah, in the dead sea, floating on his back,

reading a book with a parasol open.

 

Dat is weer even iets anders

die kerel daar, op zijn rug

in zee met dat boek

en die rode parasol.

 

Geen been om op te staan,

maar dobberen zonder boot,

doodkalm lezen in zijn boek,

onder zijn bloedeigen parasol.

 

Met die zee maar om hem heen,

op het heetst van de dag,

geen spatje wind, geen mens

te zien en dan niet zwemmen.

 

Dat noem ik zout gegeten.

 

 

  1. Wie is de man in de regenjas?

 

Nou – wie is die lange darm

daar in de regenjas?

Dat zou ik wel eens willen weten.

Altijd duikt er iemand op

van wie je niet gedroomd heb.

 

Die kerel in de regenjas

is nummer dertien.

Het getal van de dood.

Verduiveld, waar komt hij vandaan?

 

Vertel eens, ken je die kerel

in de, kerel die daar, in de…

 

Voetganger in een bruine regenjas

en hij eet droog brood.

 

De man in de bruine regenjas

houdt van een dode dame.

 

En die kerel vandaag

op het kerkhof

in de bruine regenjas.

 

Dat meneer, was eens een rijk mens.

Verscheurde man – verloren liefde.

Wandelende regenjas en eenzaamheid.

 

Welk zelfbetrokken raadsel liet

hem komen en gaan in veelkleurige

veelvormige, veelvuldige gewaden

en wordt niet begrepen?

 

Wie was de man in de regenjas?

 

 

Kroniek

 

Er wordt een weduwe van in de zeventig

gevonden met een afgesneden keel.

 

Haar meid, die vele jaren bij haar diende,

is spoorloos – alleen dat stukje van haar jurk…

 

De odds en ends van de geschiedenis

liggen in het water van de stad.

 

Want enige dagen later vindt men

in de Lindengracht een vrouwenromp.

 

Later nog de benen in de Prinsengracht;

een litteken wijst uit: het is de meid.

 

Tenslotte, een week later, vist men

uit de Brouwersgracht een hoofd: het klopt…

 

Whodunnit: een nuchtere kalfsslager,

zijn vrouw en een ongelukkige kruier?

 

Welnee – het is Hermina Wouters, oud 28 jaar,

die de weduwe en haar meid vermoord heeft.

 

Zij wordt van onderen levendig geradbraakt,

het linkerbeen even onder de knie afgehakt.

 

Daarna het rechter- en de rechterhand,

een snee in de keel, de kop in twee slagen.

 

De stukken worden naar de overkant

van het IJ gebracht en daar tentoongesteld.