Cyril Tourneur werd geboren uit de gemeenschap van een onbekende god met een prostituee. Het bewijs van zijn goddelijke afkomst is te vinden in het heldhaftige atheïsme waaronder hij uiteindelijk bezweek. Zijn moeder gaf haar neiging tot revolutie en ontucht, haar doodsangst, haar wellustige aard en haar haat tegen vorsten aan hem door; van zijn vader erfde hij zijn voorliefde voor het dragen van een kroon, de hoogmoed te willen regeren en de vreugde van het scheppen; beiden schonken hem zijn voorkeur voor de nacht, rood licht en bloed.

De datum van zijn geboorte is onbekend, maar hij verscheen op een zwarte dag in een jaar dat er pest heerste.

De hemelse barmhartigheid waakte niet over het liefdesmeisje dat zwanger werd van een god, want op haar lichaam verschenen een paar dagen voor de bevalling pestkarbonkels en de deur van haar huisje werd gemerkt met een rood kruis. Cyril Tourneur kwam ter wereld bij het geklep van de bel van de lijkenhaler, en nadat zijn vader was verdwenen in de gemeenschappelijke godenhemel, werd zijn moeder in een groene kar naar de gemeenschappelijke mensengroeve gereden. Vermeld wordt dat de duisternis zo diep was, dat de lijkenhaler het met de pest besmette huis niet kon openen zonder het licht van een harstoorts; een andere geschiedschrijver beweert dat er scharlakenrode strepen schoten door de mist boven de Theems (die aan de stenen van het huis likte) en dat er bavianengeblaf uit de keel van de waarschuwingsbel kwam; ten slotte lijkt het buiten kijf dat er een vlammende, razende ster boven het driehoekige dak verscheen, die bestond uit roetzwarte, verwrongen en melodramatische stralen en dat het pasgeboren kind via het zolderraam zijn vuist balde tegen de ster, die vormeloze spiralen vuur over hem uitschudde. Zo betrad Cyril Tourneur de wijde spelonk van de Kimmerische duisternis.

Het is niet mogelijk erachter te komen wat hij dacht of deed voor zijn dertigste, of er iets te zien was van zijn sluimerende goddelijkheid en hoe hij overtuigd raakte van zijn koninklijke afkomst. Een duistere en angstvallige notitie bevat de lijst van zijn godslasteringen. Hij verklaarde dat Mozes maar een jongleur was en dat ene Heriots er meer van afwist dan hij. Dat de godsdienst alleen was uitgevonden om de mensen te terroriseren. Dat Christus eerder de dood verdiende dan Barabbas, al was Barabbas een dief en een moordenaar. Dat hij, mocht hij het op zich nemen een nieuwe bijbel te schrijven, die een betere en fraaiere opbouw zou geven en dat het Nieuwe Testament een weerzinwekkende stijl had. Dat hij net zo veel recht had om munten te slaan als de koningin van Engeland en dat hij een zekere Poole kende, een gevangene in Newgate en kenner van de legering van metalen, met wiens hulp hij ooit gouden munten zou slaan met zijn eigen beeltenis, zo beweerde hij. Een vrome ziel heeft op het perkament andere, nog verschrikkelijker beweringen doorgekrast.

Maar deze woorden werden door een gewone sterveling genoteerd. De daden van Cyril Tourneur geven blijk van een veel wraakzuchtiger atheïsme. Hij wordt afgebeeld in een lange zwarte robe, op zijn hoofd een trotse kroon met twaalf sterren, zijn ene voet op de hemelglobe en in zijn rechterhand de aardbol. Hij dwaalde tijdens de pest en tijdens noodweer ’s nachts door de straten, zo bleek als een gewijde kaars en in zijn ogen smeulde brandende wierook. Sommigen beweren dat in zijn rechterzij de afdruk van een buitenissig zegel stond, maar het was niet mogelijk om dat na zijn dood te controleren, omdat niemand zijn stoffelijk overschot zag.

Een prostituee van de Bankside, die tippelde in de straten bij de rivier, werd zijn maîtresse en zij was zijn enige liefde. Ze was erg jong en had een onschuldig, blond gezicht. Als ze bloosde verschenen er flikkerende vlammen. Cyril Tourneur gaf haar de naam Rosamonde en had bij haar een dochter van wie hij hield. Rosamonde kwam op tragische wijze om het leven, omdat ze een prins was opgevallen. Ze dronk smaragdgroen gif uit een doorzichtige bokaal, meer is er niet bekend.

In Cyrils ziel vermengde de wraak zich toen met de hoogmoed. ’s Nachts liep hij over de Mail, de hele koninklijke stoet langs, bewapend met een toorts om het licht van de vlammende vederbos op de gifmengende prins te werpen. Zijn haat tegen iedere autoriteit steeg hem naar de lippen en de handen. Hij werd struikrover, niet om te stelen, maar om vorsten te vermoorden. De prinsen die in die tijd overleden, werden beschenen door de toorts van Cyril Tourneur en door hem gedood.

Hij ging in hinderlaag liggen langs de wegen van de koningin in de buurt van grindgaten en kalkovens. Uit een groep koos hij zijn slachtoffer, bood aan hem bij te lichten tussen de kuilen door, bracht hem naar de rand van het gat, doofde de toorts en duwde. Het regende grind na de val. Vervolgens liet Cyril, over de rand gebogen, twee enorme stenen vallen om de kreten te smoren. En de rest van de nacht hield hij naast de donkerrode oven de wacht bij het lijk dat in de kalk verteerde.

Toen Cyril Tourneur zijn haat tegen de vorsten had gekoeld, werd hij overweldigd door haatgevoelens jegens de goden. De goddelijke prikkel in hem zette hem aan tot scheppen. Hij dacht dat hij een nieuwe generatie in zijn eigen bloed zou kunnen verwekken en zich als een god op aarde voort zou kunnen planten. Hij keek naar zijn dochter en vond haar maagdelijk en begeerlijk. Zijn plan wilde hij onder het oog van de hemel uitvoeren en hij koos daarvoor de veelzeggende plek van een kerkhof. Hij zwoer de dood te tarten en een nieuwe mensheid te scheppen temidden van de vernietiging die door de goden was verordend. Omringd door oude beenderen wilde hij jonge voortbrengen. Cyril Tourneur nam zijn dochter op de dekplaat van een ossuarium.

De rest van zijn leven verdwijnt in een duistere schittering. We weten niet welke hand ons The Atheist’s Tragedy en The Revenger’s Tragedy naliet. De legende wil dat Cyril Tourneurs hoogmoed nog toenam. Hij liet een troon oprichten in zijn donkere tuin en placht daar, gekroond met goud, te zitten als het bliksemde. Diverse mensen zagen hem en vluchtten weg, dodelijk verschrikt door de lange blauwachtige pluimen die boven zijn hoofd heen en weer schoten. Hij las gedichten van Empedokles in een manuscript dat niemand ooit heeft teruggezien. Hij gaf vaak blijk van zijn bewondering voor Empedokles’ dood. En in het jaar dat hij overleed, heerste er weer pest. Het Londense volk had zich teruggetrokken op boten die midden in de Theems waren afgemeerd. Een angstaanjagende meteoor vloog onder de maan door. Het was een witte vuurbal die onheilspellend om zijn as draaide. Hij koerste naar het huis van Cyril Tourneur, dat beschilderd leek te zijn met metaalachtige weerkaatsingen. De in het zwart geklede en met goud gekroonde man wachtte op zijn troon de komst van de meteoor af. Er werd, net als voor een theatrale veldslag, alarm geslagen met gedempt trompetgeschal. Cyril Tourneur werd gehuld in een schijnsel dat bestond uit roze, verdampt bloed. Net als in het theater werden in het duister trompetten geheven voor een begrafenissaluut. Zo werd Cyril Tourneur in de geluidloze wervelbeweging van de hemel naar een onbekende god geslingerd.