Het vervelende voor een fotograaf is dat wat er op zijn foto staat zo verschrikkelijk veel lijkt op wat hij op die bepaalde plek heeft waargenomen voor hij afdrukte. Natuurlijk kan hij door allerlei manipulaties die gelijkenis trachten weg te moffelen, maar het vreemde is dat je dan meteen denkt: bah, kunst. En ook: dat heeft de camera, niet de fotograaf gedaan.
 
foto's in schrift 1
 
Deze foto is zo’n voorbeeld van de kunstfotografie die in de beginperiode van het fotograferen in zwang is. Kennelijk trok men, nadat de verwondering over het kunnen vastleggen van de werkelijkheid wat was weggeëbd, toch een beetje zijn neus op voor die gelijkenis met de werkelijkheid en zocht men, net als de schilders, naar een ‘andere’ werkelijkheid; vervormd, vervreemd. Langs deze weg – de door het oog niet zo waar te nemen halve close-up – wordt alles bijzonder (en dus tenslotte niets).
 
foto's in schrift 5
 
Deze fotograaf heeft het al wat beter begrepen, vind ik. Zoek het niet in een bijzonder onderwerp of technisch procédé. Een projectiescherm dat voor een ouderwetse piano staat opgesteld. Deze foto vertelt ons dat het gefotografeerde altijd iets anders afdekt. De piano had wat mij betreft wat minimaler in beeld mogen zijn (het scherm wat groter dus). Dan was het beter geweest.
Zulke dingen zie je vaak genoeg. Een voorwerp dat tijdelijk even uitrust tegen een ander, daar in haast of verstrooidheid is neergezet en straks weer zal worden weggehaald. Onbedoeld surrealisme van dagelijkse snit. Tot zover is alles in orde. Alleen die foto van het maanoppervlak! Wat moet ik ermee? Moet ik de quasi onzichtbare piano in verband brengen met het donkere en onzichtbare gedeelte van het maanoppervlak? Dat zou al te symbolisch zijn, iets dat de fotograaf niet bedoeld kan hebben. Maar dat is het hem nu juist. Omdat die foto daar hangt begint de verbeelding van de kijker ongewenste verbanden te leggen. Het is heel moeilijk die te vermijden, maar een goede fotograaf zorgt ervoor dat hij die verbanden al aan ziet komen voor hij de foto heeft gemaakt en zo, van te voren, corrigerend kan optreden. Weg met die maan dus!
 
foto's in schrift 3
 
>Mensen fotograferen is moeilijk omdat zij een foto van meet af aan met betekenis vullen. Zij dragen een tarra aan persoonlijke geschiedenissen met zich mee die de foto al gauw overstemmen. Bij een grote hoeveelheid mensen op één plek, zoals op deze foto, wordt dat al minder. De blik dwaalt dan van de een naar de ander zonder een bepaalde persoon (en dus verhaal) uit te lichten.
Toch wordt het oog op deze foto onmiddellijk naar de groepen mannen voor het huis (stadhuisje?) getrokken. Uit hun bescheiden, matte kleding, valt niet op te maken wat of wie zij vertegenwoordigen. Het kunnen wethouders zijn, maar ook leden van de plaatselijke visvereniging. Mij doet de groep denken aan foto’s van schoolreünies. De jongetjes zijn mannen geworden. Wat melancholiek stemt dat zij er allemaal zo hetzelfde uitzien. De schelle jongensstemmen op het schoolplein hebben plaats gemaakt voor het doffe gemompel van kantoorbediendes.
Er is nog iets aan deze foto (als foto is hij niet bijzonder) dat mij interesseert: de kijkers. Het gericht kijken van mensen op straat. De eerste twee rijen weten over het algemeen waar zij naar kijken. Maar al bij de derde rij begint de afname van interesse. Een enkeling gaat nog op zijn tenen staan om langs de schouders en tussen de hoofden van de mensen op de eerste twee rijen door te kijken. Anderen die die moeite niet willen nemen, weten wel dat er misschien iets te zien valt, maar worden toch niet voldoende geprikkeld om er moeite voor te doen. Zij kijken alweer weg van het centrum van de collectieve aandacht. Achter de mensen die in de ‘kijk-rijen’ staan heb je dan de slordige groepjes van toevallig passerenden die even blijven staan, niets kunnen zien en dan maar weer doorlopen.
 
foto's in schrift 2
 
Dit is het soort foto waar ik van houd. Een interieur waaruit de bewoners even afwezig zijn. Interieurfoto’s zijn beroemd gemaakt door de Amerikaanse fotograaf Walker Evans en ook de Amerikaanse dichter Weldon Kees was er dol op. Samen met een psycholoog maakte Kees in de jaren vijftig een boek over non-verbale communicatie waarin hij een groot aantal door hemzelf gemaakte interieurfoto’s van commentaar voorzag. Over die foto’s schreef ik in Op het noorden o.a. het volgende:
‘Vooral interieurs moeten Kees, zo blijkt uit het boek, mateloos hebben geïnteresseerd. De manier waarop mensen stoelen in hun woonkamer neerzetten. Uit de positie waarin de stoelen geplaatst zijn valt het een en ander op te maken over de onderlinge verhouding van de op de foto afwezige bewoners. Stoelen slordig en schuin halverwege onder tafel geschoven: “make yourself at home”. Twee leunstoelen voor een open haard met daartussen een kloostertafeltje met een bosje bloemen, twee minieme asbakjes en een lakdoos erop. “Impersonal hurdle” noemt Kees dat. En twee stoelen met hun zittingen onder tafel geschoven, de leuningen strak tegen de tafelrand: “Sit down by invitation only”.
Uit dat boek blijkt Kees’ gefascineerdheid door de sporen die mensen achterlaten en die vaak veelzeggender zijn en meer prijsgeven over hen dan zij zich bewust zijn.
Wat geven de inrichters van dit interieur over zichzelf prijs? Vooral dat zij net zo willen zijn als andere mensen en dat zij bij de inrichting van hun woonkamer niets hebben nagelaten om enig persoonlijk cachet te vermijden. Opstelling en aard van meubels, kussens, lampen verraden het grote, immobiele Zitten van de kleinburger. Het enige dat tegen het vergeten van dit interieur en zijn afwezige bewoners pleit is de oplopende reeks trouw-foto’s aan de muur. Vader, moeder, kinderen, ze zijn allemaal onder dak. De enigen voor wie ik dit allemaal heel zielig vind zijn die twee planten.
 
foto's in schrift 4
 
Deze foto bevalt mij het best van de reeks. Hij behoort tot het soort foto’s waarbij je je afvraagt: waarom gemaakt? Er staat immers niets bijzonders op’. Waarbij men dan maar gemakshalve vergeet dat dit de werkelijkheid is waardoor men vrijwel constant is omringd. Zij is te gewoon geworden voor onze aandacht, maar zonder dat gewone zouden wij allang gek zijn.
Zo ziet de wereld er dus uit als wij niet kijken, dat lijkt de foto ons te willen vertellen. Ze weigert iedere interpretatie of kwaliteitsoordeel. Wij zouden ons deze plek hoogstens herinneren wanneer wij daar urenlang tevergeefs liftend hadden staan wachten. Het is gezien, heel even, en zelfs de foto lijkt deze plek al te willen loslaten.