Alix-Cléo heeft zich verenigd met Jacques
en Jacques heeft zich verenigd met Alix-Cléo
 
Dat is een gelukkige samenloop van omstandigheden
en daardoor komt het dat zij vandaag
alle twee solidair zijn en verbonden
op de wijze van de vogel en de tak
van Aucassin en Nicolette1
van de tafel en de stoel
van de wetenschap en de twijfel
van de woestijn en de oase
van de eik en de linde
van de inkt en het verhaal
van de dag en de nacht
van het vergeten en van het spoor
van de bij en de esdoorn
 
Het is een mooie junidag
de zon schittert boven het Île de la Cité
de bouquinistes luisteren op hun transistorradio’s naar de
Rozenkranssonates van Heinrich Biber
de verblufte toeristen beklimmen de trappen van de Sacré-Coeur
in de Rue de la Hachette spelen Hollandse meisjes in spijkerbroek
op een banjo en een doedelzak
 
Om ons heen ligt de hele wereld open
zijn onpeilbare oceanen
zijn meren, zijn steppen, zijn waterlopen
zijn heuvels en zijn toendra’s
zijn zandduinen, zijn verborgen schatten, zijn eilanden, zijn
ankerplaatsen
zijn zwarte goud en zijn witte steenkool
zijn bauxiet en zijn sporenelementen
zijn basilieken, zijn spookkastelen, zijn ingezakte slottorens
zijn heilsoldaten met snoeproze plastic regenjassen die op kerstavond
gewijde liederen zingen
zijn notarissen met ronde brillenglazen die bij het licht van olielampjes
hun avondkrant lezen
zijn kolonels in ruste die beraadslagen bij de Tabac in de Rue
Saint-Louis-en-l’Île
zijn luidruchtige feestgangers die bij het ochtendgloren uit ouderwetse
nachtkroegen komen
zijn kozakken met spleetogen die de Jenisej afzakken in kano’s van berkenbast
zijn dagjesmensen met alpinopetten die de Ballon d’Alsace te lijf gaan
zijn strenge Jansenisten die het Oude Testament voordragen
zijn circusdanseresjes die bovenop hun gehoorzame rossen staan
zijn doctores in de letteren die discussiëren over de joods-christelijke elementen
in de geschriften van Hölderlin
zijn dikke Ieren die blikjes bier en zoute augurken kopen in een delicatessenwinkel
in de Bronx
 
Hier is de hemel blauw of dat duurt niet lang meer
Laten we het schrille gekrijs van deze eeuw vergeten
de tornado’s en de mist
Laten we luisteren naar de vogels die zingen
de katten die spinnen in de bibliotheek naast het
grote woordenboek van Bescherelle
de kalme geluiden van alledag
het hart dat klopt
 
Deze gelegenheidstekst
waarin geen sprake is geweest
van enige drukkende wolk
noch van een blinde basaltklip
noch van een weggegooide snuisterij van een klinkklare niksigheid
noch van een lieveheersbeestje
noch van de verborgen sprinkhaan
noch van de Grondwet van Achtenveertig
is geschreven ter gelegenheid van deze echtvereniging
Wensen wij Alix-Cléo en Jacques
jaren vol vrolijkheid en geluk
Groeten wij hen
en dat in het oosten
het zwarte git hen moge groeten van de prille jeugd
en dat in het zuiden
het blauwe turquoise hen moge groeten van het volwassen zijn
en dat in het westen het geel van de abalone hen moge begroeten
van het niets dat zich niet van zichzelf bewust is en zich niet uitspreekt
en dat in het noorden de witte schelp hen moge begroeten
van de wederopstanding
 
en dat het Zuiderkruis hen moge begroeten
en dat Venus de ster van de herders hen moge begroeten
en alle sterrenbeelden
en alle nevelvlekken
 
en dat zij als het daagt
op het uur dat alles in het rond wit wordt
op weg mogen gaan rond de hele aarde en de hemel
 
 
1. Dertiende-eeuwse roman in proza en verzen over de liefde tussen de zoon van de graaf van Beaucaire en een Saraceense slavin.