Rook stijgt als lood in

de windstilte op

 

Stapelwolken wit

als schapen

 

Kikkers kwaken

 

 

 

Van ver komt de geur van

rammen en bokken

 

Stapelwolken krijgen

koppen

 

Zwaluwen dalen

 

 

 

Het ruischt in de kruinen

der bomen

 

Wolken werpen

hun schaduw vooruit

 

Zeevogels komen

landinwaarts gevlogen

 

 

 

Koeien loeien

Schapen blaten

 

De zaden van

de moerasandijvie

 

worden door de wind

verspreid

 

 

 

Het vlaggedoek

staat strak

 

De ziel zwalkt

door het Skagerak

 

Koortsig zoekt

men er de alk

 

 

 

Waarvandaan dan kwam

de donder?

 

Was het Keulen?

 

Wat was het dat

het eerste

brak?

 

 

 

Het duistert

Rook slaat neer

 

De bomen zwaaien

heen en weer

 

De zondvloed nadert