Verlossing
Een sneeuwvlaag van zeemeeuwen vloog doodstil
en wild voorbij zijn open hooge ramen
en was verdwenen.
Het werd laat en kil,
hij dacht aan de dierbaren die omkwamen
op het slagveld der wereld, jaren her.
Zij kwamen hem voor oogen en hun namen
prevelde hij toen hij, naar de avondster
omhoogziende, zijn gordijnen ging sluiten.
Eene die hem vernield had en bezield
tot aan boord van zijn hart een verwoed muiten
tot schipbreuk leidde, naar het haar geviel,
zij stond nu buiten.
Aanstonds zou zij hem roepen bij de naam
die zijn naam was voor hij hier werd geboren,
en hem wegredden uit de gore blaam
van deze wereld naar de glazen toren
die ver uit zee sinds godenheugenis
verrijst en fonkelt: op de hooge transen
staan zijn voorvaderen, nog ongewis
of hij uit de verwarde zwerm der mensen
zich los kon maken, naar hem uit te zien
tot zij haar in de verte hooren lachen
dat hij in aantocht is en overwint.
Dan wapperen en waaien de lichtvlaggen
ver in het westen hun welkom, welkom.
En deze mens loopt uit de burcht der wereld
zingend naar buiten, en kijkt niet meer om
naar zijn bezit dat achter hem verdwerelt.
Zegepraal
Toen de verwoeste wereldstad doodstil
geworden was en bleef, brak dan ten laatste
de hooge zon door, de openbare wil
der goden en hun echolachen kaatste
van kim tot kim de blijdschap om de val
van de mens en zijn tronen.
Moeder Aarde
herademde en er waren overal
bevingen en springvloeden en de paarden
steigerden en sloegen weer vleugels uit.
Enkele vrouwen werden uitverkoren
prooien te zijn en door een driftig god
verkracht te worden: wie hun kreten hoorden
van pijn en trots, zij hoorden dat Adam
dood is en Lilith Eva overleefde.
Geen weet wat deze wereld overkwam
noch op welk hoog bevel de planeet beefde,
maar wie van goden weet, juicht omdat nu
het schrikbewind van uur en feit doorbroken
werd en voorgoed voorbij is, en ik zie
aan de oosterkim de vuren al ontstoken
voor hem die nadert en die overwint.
De vonken sproeien heinde en ver, zijn woorden
zijn wet en zijn hooge oogopslag verblindt
zijn vijanden tot in het steile Noorden.