Wat het meisje Miranda die zomer beleefde is een heel ander verhaal. Zo vind je ze niet in de annalen. Of geeft het niet te denken dat hetgeen er gebeurde toen werd afgedaan als een, ik siteer, strikt familiale aangelegenheid? Je ouwe grootje!

En jawel het was uitgerekend daar – bij haar ouwe grootje – dat Miranda met vakansie was dat jaar. In de grootouderlijke villa De Kiezen, gelegen op gerieflijke afstand halverwege tussen twee zeeën: niet meer dan een minuut of vijf te voet in beide richtingen. Of: die grootmoeder van haar, zo kon je ‘t ook formuleren, woonde op een smal schiereiland. Een winderige streek, maar daaraan had Miranda zich nooit gestoord.

De sfeer in vila De Kiezen echter – dat voelde ze meteen bij aankomst – was niet meer dezelfde van voorheen. Om maar iets te noemen: grootmoeder, toch altijd een vrouw uit één stuk, bleek zich nu overlangs te hebben opgespleten tot twee afzonderlijke delen, nog wel elkaars benaderend spiegelbeeld maar die voorts onafhankelijk van elkaar door het huis dwaalden. Was het mogelijk dat gespletenheid zich zó tastbaar manifesteerde? Zoniet, wat was er dan aan de hand met haar grootmoeder? of tante, oudtante, wat was het ook weer? Miranda blonk niet uit door een sterk geheugen voor familierelasies. Om wie het ook ging: zo onsamenhangend had zij deze bejaarde bloedverwante toch nooit geweten, vroeger.

Miranda, koelbloediger dan Roodkapje, raakte niet in paniek. Prinsipiële of persoonlijke bezwaren tegen deze toedracht had zij niet – al zorgde die wel voor problemen wat de dagelijkse omgang betreft. Snel genoeg werd duidelijk met name, dat er een uitgesproken wedijver heerste tussen beide helften familielid. Miranda kon onmogelijk het ene deel haar aandacht schenken zonder dat het andere prompt een heftig jaloerse bui kreeg. Het was haat en nijd in regel tussen dit tweetal – dat toch zovele jaren lang samen één lichaam had uitgemaakt! Tenzij de splitsing hun een welkome bevrijding was uit een ongewenste simbioze. Hoe noemde je zoiets, een geval van ontdubbelde onpersoonlijkheid? Of van gehalveerde? Of ging het om een erkend simptoom van seniliteit? Evenzoveel open vragen voor Miranda.

Goed. Deze tante nu – of nee, het was toch grootmoeder, herinnerde zij zich nu opeens – grootmoeder dus had een hond. Een ware kanjer van een beest: een Kretenziese Overzetter, en een zelfs voor dat ras zeldzaam groot eksemplaar. Een goedaardige lobbes, daar niet van, maar het dier was helaas zo speels, dat het alleen al door zijn afmetingen een bestendig gevaar betekende voor zijn omgeving. En deze onvervalste huismastodont, stel u voor, luisterde naar de belachelijke naam Prikkie! Als Miranda één sekonde niet oplette, sprong het even vriendelijke als ongezeggelijke monster stoeiend tegen haar op, en dan ging zij onderuit, zonder mankeren: zij raakte al vlug de tel kwijt van alle zodoende opgelopen builen en blauwe plekken. Tot het haar de strot uitkwam, maar bij welk stuk grootmoeder kon zij zich hierover beklagen? Die deden dan om het hardst of ze niet wisten wat zij bedoelde: op dat punt waren ze wél solidair! Een hond? welke hond dan wel? – Dan drong Miranda maar niet aan, al dacht zij het hare van zoveel voorgewende argeloosheid. Vooral wanneer dan even later van ergens op gang of trap poeslief werd geroepen van: Miranda! jij geeft onze Prikkie wel even te eten ja? – Of leefde grootmoeder misschien in de overtuiging dat Prikkie helemaal geen hond was? Een zienswijze waar Miranda integraal kon inkomen.

Prikkie te eten geven was intussen makkelijk gezegd: er was helemaal niets in huis om het gedrocht te voeren, had Miranda allang gemerkt. Dus liet zij de hond, of wat daarop leek, maar buiten tegen etenstijd, dan ging die wel ergens in de buurt een vuilnisbak leegschranser. Zoals trouwens zijn vaste gewoonte was, hoorde Miranda later van de buren: die hoefden allang hun vuilnis niet meer op straat te zetten voor de ophaalbeurt. – En met Prikkie zo op strooptocht kreeg zij eindelijk de kans om rustig haar eigen maaltijd te gebruiken, zonder dat die overgroeide kolos de tafel weer ondersteboven sprong en dan al wat zo aan eetbaars binnen zijn bereik kwam opslokte.

Niet bepaald Miranda’s idee van een geslaagde vakansie, alles bij elkaar. Want tot overmaat van pech sloeg het weer bizonder tegen: zonnen aan het strand zoals Miranda zich had voorgenomen was er nog niet bij geweest. Bezienswaardigheden was deze uithoek niet rijk, en de schaarse gelegenheden tot openbaar vermaak waren niet naar Miranda’s gading. Een boek om te lezen of een fiets om een eindje te gaan rijden had zij al evenmin. Gelukkig was daar nog het geschilderd portret van grootvader zaliger om gesprekken mee te voeren. Dat waren genoeglijke uren want Miranda, die haar leven lang dol was geweest op grootvader, droeg hem zelfs in deze gekopieerde toestand nog in het hart. En al was de oude man nu in zijn uitlatingen beperkt tot ja en nee, die wist hij zo akkuraat te plaatsen dat zijn kleindochter de gedachtenwisseling altijd boeiend bleef vinden.

Miranda’s werkelijke problemen begonnen pas voorgoed toen zij op een morgen bij het aankleden ontdekte, dat zij reeds was aangekleed. Verrek! dan had zij weer geslaapwandeld! En alsof dat niet genoeg was: haar kleren waren met bloed doordrenkt bovendien. Het ergste vrezend sloeg zij de plaatselijke ochtendkrant open – waarin zij zeer tot haar opluchting kon lezen dat er tijdens de voorbije nacht alleen maar een kat de kop was afgebeten, door een naar verluidde onbekend sadist of op z’n minst niet-kattenliefhebber.

Hoe ook was het uitkijken geblazen voor Miranda voortaan. Wie weet was het een volgende maal geen nachtelijke wandelaar die haar in handen en onder de tanden viel? Miranda stelde zich al voor hoe er dan bloedsporen zouden worden gevonden, die naar de zo riante villa De Kiezen leidden… Dan zou het daar niet lang riant meer blijven, toch niet voor Miranda! – Maar diezelfde dag nog, tijdens een gesprek met grootvader (zoals gezegd vertegenwoordigd door zijn geschilderd evenbeeld, in feite een zelfportret) liet dit postuum personage een nauwelijks verholen waarschuwing vallen in verband met die kattenslachting. De dader, naar hij beweerde, zou niemand anders zijn dan grootmoeder, die vervolgens Miranda (een rotsvaste slaper inderdaad) zou hebben aangekleed en met kattenbloed besmeurd, om haar zo het idee te geven dat zij de bijter was geweest. Slim bedachte metode om een volgende maal en dan voor ergere feiten de verdenking op haar onschuldige kleindochter af te wentelen!

En verdraaid ja, hoe kon Miranda zoiets vergeten zijn. Was grootvader zelf destijds niet in geheimzinnige omstandigheden om het leven gekomen? Met afgebeten hoofd werd hij weergevonden in de duinen. Zelfs geen afscheidsbriefje achterlatend. Er was duidelijk kwaad opzet in ‘t spel, maar de misdaad (zo het er een was, zei de onderzoeksrechter die dat gemakshalve in twijfel trok) bleef onopgehelderd. Immers wie zou ooit grootmoeder hebben verdacht, het zielige oudje dat met haar sleets vals gebit niet eens de korstjes van haar boterhammetjes behoorlijk kon kauwen ocharme?

Zich zo te hebben laten ringeloren door die oude feeks met haar sinistere komedie! Miranda kon zichzelf wel schoppen. Zelfs die bizarre zelfhalvering, begreep zij nu, was louter een afleidingsmaneuver van grootmoeder, ter voorkoming van mogelijke achterdocht! En ter kamoeflage van de ware reden waarom zij, Miranda, hier te logeren werd gevraagd! Zij, te jong om iets te doorzien ten tijde van grootvaders dood, was nu immers net oud genoeg om van zekere bloedige daden verdacht te kunnen worden? Om op te draaien voor misdrijven nog niet gepleegd maar al wel beraamd door dat zich zo hulpeloos voordoend overjaarse kreng van een wijf? Dat daarmee dan niet aan haar proefstuk zou zijn! Want al vertelde hijzelf het er niet bij, Miranda wist nu met 100% zekerheid wie grootvader toen had vermoord. Als ook waarom: uit louter vulgaire afgunst. Maar al te goed herinnerde Miranda zich hoe grootvader – die daar nooit wat voor deed – het monopolie van haar kinderlijke genegenheid genoot. En hoe grootmoeder dan haast misselijk kon worden van niet te verhelen jaloezie, en haar best deed om de pret te bederven met haar zeurderige tussenkomsten. Eigenlijk heb ik het mens nooit kunnen luchten! besefte Miranda opeens.

En eer Miranda een zo kras oordeel over iemand velde – nou! Maar al had het meisje Miranda een milde inborst van nature, dat nam niet weg dat zij ook strijdbaar kon zijn en doortastend optreden, wanneer het erop aankwam! En nu kwam het erop aan. Dat grootmoederlijk komplot diende gedwarsboomd, meteen nog wel. Met het vaste voornemen niet te gaan slapen eer zij haar doel bereikt had, ging Miranda het probleem te lijf. Met inzet van alle argwaan, schranderheid, listen en deduksiegaven die zij op kon brengen. De resultaten lieten niet op zich wachten: geen twee uur later had zij het geheim van grootmoeder achterhaald. Had zij de dubbele waakzaamheid verschalkt, de onvindbaar gewaande bergplaats beslopen en hieruit grootmoeders geheime wapen ontvreemd: een tweede vals gebit! Geen reserve maar een uitvoering in roestvrij staal, met lange vlijmscherpe tanden die er niet om logen!

Miranda wist wat haar te doen stond. Niet lettend op de stortregen is zij meteen buitengelopen, het moordwapen van een hoge rots zo ver mogelijk in zee gaan werpen. Iets wat zijzelf, zonder moeilijk te willen doen, toch eigenaardig vond. Hoezo een rots? Hier was toch nooit wat anders dan vlakke zandige kust? Niet dat zij nu ging piekeren over details. Het resultaat telde: dat een nieuwe golf van misdaden in de kiem was gesmoord. Grootvader destijds was immers evenmin de enige geweest om op die bloederige wijze om hals te worden gebracht?

Wel was nu, jaren na de feiten en met het wapen der misdaad niet langer voorhanden, ontmaskering van de schuldige voorgoed uitgesloten. Al deed dat geen afbreuk aan Miranda’s verdienste. Roem oogsten met haar heldendaad zou zij nooit, maar daar stond ze niet bij stil. Het werd mooi weer, eindelijk kon zij wat van haar vakansie gaan genieten! Laat die psichopaat van een grootmoeder van haar vrijuit gaan, geluk brengen zou dat haar niet!

Voorspelde Miranda. En dat klopte nog ook: het kwaad strafte zichzelf. Grootmoeder kreeg de slag van haar verlies niet verwerkt. Door haar halvering dubbel overstuur hield zij er niet mee op, het huis onder tot boven te doorzoeken, aan één stuk door radeloos jammerend. Ook lang nadat zij tot het besef was gekomen, dat iemand haar bijtgebit moest gestolen hebben. Dat zij Miranda hiervan verdacht ligt voor de hand, maar hoe kon zij deze hierover aanpakken zonder zichzelf te beschuldigen? Ten andere, zij zag haar kleindochter nog nauwelijks: die lag maar godganse dagen lang lekker onbezorgd te bruinen aan het strand, waar zij bovendien leuke jongens leerde kennen.

En wat was voor grootmoeder nog het ergst van heel de zaak: van haar schamel weduwenpensioen kon zij zich geen nieuw stalen gebit permitteren, nu het ziekenfonds elke terugbetaling op dergelijke, zg. fantasiegebitten had gestaakt. Aldus werd het arme oudje zelfs de kans misgund om zich naar behoren te wreken. En die schok was haar teveel: zij kreeg haar twee halven niet meer tot hun oorspronkelijk geheel samengevoegd.

Door al dit onrustig gedoe en vooral nu het gejengel ook snachts niet meer ophield, raakte tenslotte de sfeer grondig verpest in de ooit zo vrolijke villa De Kiezen – hoe onguur klonk die naam Miranda nu in de oren! Daar kwam nog bij dat het opnieuw was gaan regenen, dus maakte zij zonder veel spijt een einde aan haar verblijf.

Geen week na haar thuiskomst ontving het meisje Miranda een brief, door grootvader in gebarentaal gedikteerd aan een bevriende buurman. En zoals Miranda geen zier verbaasde: ‘mijn weduwe’ – want zo sprak grootvader over haar sedert zijn eigen overlijden – had helaas het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Dank zij een laatste vertwijfelde inspanning, aldus het epistel, waren haar twee zwerfdelen er toch nog in geslaagd zich te herenigen tot één komplete grootmoeder; daarna had zij troosteloos de geest gegeven. Een schoolvoorbeeld van psichosomatiese zelfmoord, als je de dokter mocht geloven. En het gekke was nu, dat er na haar dood toch nog een paar keer iemand met afgebeten hoofd werd aangetroffen! Maar dat bleek dan alleen het werk te zijn geweest van Prikkie, in een van zijn speelse buien.

De brief besloot met de mededeling dat grootmoeder, na Miranda’s vertrek, de naam van villa De Kiezen had laten veranderen in De Smiezen. Wat Miranda, zeer zeker terecht, interpreteerde als de postume mededeling dat het grootmoeder niet was ontgaan welke rol haar kleindochter in dit sterkvertakte drama had gespeeld. Wel, die doorhebberij zou Miranda een zorg wezen! Zijzelf was toch maar lekker ontsnapt aan de moorddadige bedoelingen van de bijterige oude helleveeg! die zij toch maar mooi in haar eigen hinderlagen had doen vallen!

(Pas later schoot het Miranda te binnen, dat grootvader toentertijd werd gevonden niet enkel met afgebeten hoofd, maar op de koop toe door de bliksem in zijn kruis getroffen. Simbolies genoeg. Maar hoe haar grootmoeder het daartoe had aan boord gelegd, zou voor het meisje Miranda een onopgelost raadsel blijven.)