Een honderdste nummer. Het getal zegt het al: we zijn oud! We hebben overleefd, ongetwijfeld goede en minder goede tijden gehad, maar… we hebben overleefd. Dat communiceert in dit geval het getal honderd. In dit geval – want zonder context kan honderd van alles betekenen. De context hier is: een literair tijdschrift. Als dat zolang leeft ziet het kennelijk kans om tegen de markt in een kleine groep supporters aan zich te binden en de groep gestaag te verjongen. Knap!

 

De rol van getallen in de politiek is alleen te begrijpen als de politieke context begrepen wordt. Politiek is allereerst emotie. Het politieke bedrijf zet die emoties om in afspraken over beleid. De uitvoering van dat beleid kost – over het algemeen – geld. En geld is schaars. Hoewel het eigenlijke politieke debat over aard, richting en koers van het beleid zou moeten gaan, blijven debatten vaak steken in het geld dat met het beleid gemoeid is. Een getal als icoon. Wie ingevoerd is begrijpt de betekenis van het icoon. Koopkrachtplaatjes bijvoorbeeld: sjorren in de politieke arena aan 2,4%. Dagen staan de kranten bol van het gevecht om een puntje meer of minder achter de komma. Voor de een betekent het de loonkosten voor de werkgevers zo laag mogelijk houden, economische voorwaarden scheppen voor de markt – uiteindelijk ook goed voor de bevolking. Voor de ander betekent het het inkomen van grote groepen mensen, onder wie de zwaksten in de samenleving, op peil houden – uiteindelijk ook ten gunste van de markt. In dat ene getal balt alles samen – de uitkomst van het debat heeft daarenboven niet alleen betekenis voor de kwestie zelf; ook de reputaties van de belangrijkste woordvoerders staan op het spel en daarbovenuit wordt aan de uitkomst ook de kracht van de verschillende maatschappelijke stromingen afgemeten. En is de beslissing gevallen, dan luidt meteen de bel voor de volgende ronde: zelfde maatschappelijke stromingen, deels andere woordvoerders, totaal andere kwestie. Maar de echo van de vorige ronde blijft …

 

Getallen worden geassocieerd met ‘knap’. Getallen worden geassocieerd met ‘ratio’. In een tijd waarin je als politicus – politiek is emotie – moet kunnen communiceren zijn dat twee haakse associaties voor een politicus waar je verre van moet blijven. Vroeger lag de nadruk van communiceren vooral op het aanspreken van de massa, de boodschap moest algemeen zijn en rationaliteit boezemde vertrouwen in. Nu ligt de nadruk op het aanspreken van het individu, moet de boodschap specifiek zijn en boezemt emotionaliteit vertrouwen in.

Het zit de taal van getallen dus niet mee.

Toch rukt die taal onverbiddelijk op, ook in de politieke arena. Want niet alleen geld blijkt schaars te zijn, ook de uitvoeringscapaciteit van de overheid (mensen en middelen) én de tijd waarbinnen het allemaal beloofd is. Waarom zijn er te weinig politiemensen opgeleid om ‘blauw-op-straat’ te realiseren? Waarom zijn er geen bedden genoeg in de ziekenhuizen en verzorgingstehuizen, zijn er te weinig handen-aan-het-bed en zijn er wachtlijsten in de zorg?

Dat begrotingen op dit type vragen geen antwoord gaven heeft er mede toe geleid dat de begrotingssystematiek in Den Haag drastisch is omgegooid. Die operatie gaat gebukt onder de naam ‘vbtb’: Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording’.

De begroting, en ook het debat daarover, moet gaan over de drie Wvragen (en wel in de aangegeven volgorde) : Wat willen we (dit jaar) bereiken? Wat moeten we daar (dit jaar) voor doen? En wat mag dat (dit jaar) kosten? De antwoorden moeten in concrete, meetbare en toetsbare getallen gegeven worden. Gaan we de veiligheid op straat verhogen? Hoe drukken we de onveiligheid op straat van nu dan uit, binnen hoeveel jaar moet dat tot welk niveau zijn teruggebracht, welke instrumenten zetten we daar voor in (mensen en middelen) en wat kost dat. Beleid moet worden uitgedrukt in getallen, zodat een uitvoering die is gericht op resultaat aan de hand van het beloop van de getallen gevolgd kan worden.

 

We staan aan de vooravond van verhitte debatten over getallen: drukken de getallen uit wat we willen dat ze uitdrukken, zijn er eigenlijk wel getallen (tellen en meten is weten, maar is er wel geteld en gemeten), zijn de getallen betrouwbaar? Zijn we door dit stadium heen dan pas komen we tot de kern van de politieke zaak: welk verhaal vertellen de getallen over de werkelijkheid en vraagt dat verhaal om een politieke reactie.

De macht van het getal is over de hele wereld ongeveer dezelfde als het over geld gaat – we zijn opgevoed met de informatiewaarde van dat soort getallen – ook over de grenzen heen. Met de toenemende invloed van de Europese eenwording ontstaat er een toenemende behoefte aan informatie over andere delen van Europa in termen die vergelijkingen mogelijk maken. Vergelijkingen uitsluitend in termen van geld of uitsluitend in verhalende zin blijken niet afdoende in die behoefte te voorzien. Hoe ligt de asielzoekerstroom over Europa verdeeld, hoeveel tienermoeders zijn er en is er een relatie met het beleid. Hoe kunnen we in Europa van elkaar leren als de materie niet enigszins in geobjectiveerde termen beschreven is? Voor politici dezer dagen geldt: als u zich niet met getallen bemoeit, dan bemoeien de getallen zich wel met u. Als dat geen macht is!