Aantekeningen van Lejb Langfus
Gemengde berichten
Toen de transporten uit Bedzin en Sosnowiec aankwamen, was er een oudere rabbijn bij. Omdat ze uit de omgeving afkomstig waren, wist iedereen dat ze de dood tegemoetgingen. De rabbijn ging dansend en zingend de ruimte binnen waar men zich moest uitkleden, en daarna de bunker[1]. Hij vond een waardige dood voor zijn geloof.
Twee Hongaarse joden[2] vroegen een van de mannen van het Sonderkommando: Moeten wij het widui (de zondenbelijdenis) zeggen? De man zei: ja. Daarop haalden zij een fles eau-de-vie tevoorschijn en dronken met groot genoegen op onze gezondheid. Vervolgens drongen ze er bij de man van het Sonderkommando op aan met hen mee te drinken. Hij schaamde zich diep en weigerde. Ze hielden aan: ‘Je moet ons bloed wreken, je moet blijven leven en daarom… Lechaim! (Op het leven!) En ze wensten hem geluk: ‘Wij begrijpen je.’ Hij dronk met hen mee. Hij was zo aangeslagen dat hij verschrikkelijk begon te huilen. Hij haastte zich naar het crematorium en huilde uren achtereen bittere tranen. ‘Kameraden, we hebben te lang gewacht, ze hebben veel te veel joden verbrand. Laten we alles vernietigen en laten we ons bij hen voegen ter heiliging van Zijn Naam!’
Het gebeurde midden in de zomer [van 1944]. Ze brachten tweehonderd jonge Hongaarse joden om dood te schieten. Ze werden op de binnenplaats van Krematorium II uitgekleed. Iedereen werd midden over het hoofd een baan kaalgeschoren. De moordenaar Oberscharführer Mussfeld[3] gaf bevel hen naar Krematorium III te brengen. Van de ingang van het ene naar het andere crematorium leidt een zestig meter lang pad niet ver van de openbare weg. Hij stelde het hele Kommando als een haag aan weerszijden op om te voorkomen dat de naakte joden over de weg zouden vluchten. En ze dreven hen volkomen naakt, als schapen, met knuppels op hun hoofd slaand over het pad. De herder was het hoofd van het Kommando geholpen door een Duitse Kapo. Aan het eind perste men hen in een kleine ruimte waar ze een voor een uit werden gehaald om gefusilleerd te worden.
Uit een naburig kamp werd een groep uitgemergelde joden gebracht. Ze kleedden zich op de binnenplaats uit en liepen een voor naar de plaats waar ze doodgeschoten werden. Ze waren vreselijk uitgehongerd en smeekten zolang ze nog leefden hun een stukje brood te geven. Er werd een grote hoeveelheid brood gehaald. In hun ogen die door langdurige honger diep verzonken en uitgeblust waren flakkerde een woeste vreugde. Ze graaiden met beide handen hele stukken brood weg en verslonden ze gulzig terwijl ze de trappen opliepen om dadelijk doodgeschoten te worden. Ze waren zo onder de indruk van het zien en proeven van het brood dat de dood hun lichter leek. Wat zijn de Duitsers goed in het kwellen van mensen en het bespelen van hun psyche! We moeten erbij zeggen dat deze joden pas enkele weken ervoor uit hun huizen waren gehaald.
Tegen het eind van 1943 werden er 164 Polen uit de omgeving binnengebracht, onder wie twaalf jonge meisjes, allemaal leden van een geheime organisatie. Een stoet van hogere SS’ers kwam speciaal daarvoor kijken. Tegelijkertijd werden enkele honderden Hollandse joden uit het kamp gehaald om vergast te worden. Een jonge Poolse hield in de gasbunker voor alle aanwezigen die al waren uitgekleed een korte vlammende redevoering tegen de Hitlermoorden en onderdrukking en moorden van de nazimisdaden, en besloot aldus: ‘Wij zullen niet sterven, de geschiedenis van ons volk geeft ons het eeuwige leven. Onze wil en onze geest zullen leven en zich verspreiden. Het Duitse volk kan zich niet voorstellen hoe duur het ons bloed zal betalen. Weg met de barbaarsheid vertegenwoordigd door Hitler-Duitsland! Leve Polen!’ Daarna richtte zij zich tot de joden van het Sonderkommando: ‘Denk eraan dat op julllie de heilige plicht van de wraak voor ons onschuldigen rust. Vertel onze Poolse broeders dat wij bewust en vol trots onze dood tegemoet gaan.’ De Polen knielden op de grond neer en spraken vurig een gebed uit in een houding die op iedereen indruk maakte. Toen stonden ze op en zongen samen het Poolse volkslied. De joden zongen het Hatikva[4]. Het gemeenschappelijke gruwelijke lot versmolt in deze vervloekte uithoek de lyrische klanken van de twee verschillende liederen tot één geheel. Intens bewogen drukten zij op die manier hun diepste gevoelens en hun hoop in de toekomst van hun volk uit. Daarna zongen ze nog samen de Internationale. Ondertussen was de auto van het Rode Kruis[5] aan komen rijden, het gas werd in de bunker gegooid, en allen gaven de geest onder gezang en volop in extase, dromend van verbroedering en een betere wereld.
En dit gebeurde tegen het einde van de zomer van 1944. Er werd een transport uit Slowakije[6] aangevoerd. Ze wisten allemaal maar al te goed dat ze de dood ingingen. Desondanks bleven ze rustig, ze kleedden zich uit en gingen de bunker in. Naakt uit de kleedruimte de gasbunker inlopend riep een vrouw: ‘Misschien overkomt ons toch nog een wonder!’
(…)
Sadisme! [7]
In 1940-1941.
Er was een kamp in Belzec[8] vlakbij de Russische grens, een kamp waar de wreedheden die van Auschwitz in sadisme overtroffen.
Iedere dag moesten bijvoorbeeld joden een smalle en diepe sleuf graven waar dan telkens één persoon in gegooid werd. Vervolgens dwong men elke gevangene zijn behoeften te doen in de kuil op het hoofd van het slachtoffer. Degene die weigerde kreeg vijfentwintig slagen met de knuppel. Dat ging zo de hele dag door tot hij stikte onder de uitwerpselen.
De Russische grenswachten aan de andere kant spoorden de joden aan, van iedere gelegenheid gebruik te maken om over het prikkeldraad te klimmen. Als iemand dat deed wanneer de SS even niet opletten, hadden zij het recht niet meer op hem te schieten omdat de kogel aan de andere kant van de grens terecht zou komen. De SS hadden de gewoonte aangenomen zich vlakbij het prikkeldraad op te stellen en te schieten op wat er nog van de vluchteling die eroverheen klom uitstak, een arm of been. En als de grenswacht protesteerde riepen de SS terug: ‘Het been (of de arm) is nog op ons gebied!’ Het werk bestond op dat moment uit het graven van een lange en diepe sleuf om de grens te markeren. Later toen de Duitsers diep in Rusland waren doorgestoten, bouwden ze in het bos acht grote barakken waarin ze tafels en banken plaatsten en er joden uit de gewesten van Lublin, Lwow en dergelijke instouwden om ze te elektrocuteren[9]. Er was ook een plaats in het bos van Wierszowice bij Trwaniki. Niet ver van Piaski werden er midden in de bossen diepe kuilen gegraven, waarna men er met joden volgeladen vrachtwagens heenreed en de mensen met kleren aan direct in de kuilen kiepte waar men ze doodschoot en het zand eroverheen deed.
In Belzec kwamen ook veel Oekraïeners om. Ik denk dat dit nu wel algemeen bekend zal zijn. Ik meld het omdat het mij door enkele leden van ons kommando verteld is die erbij geweest zijn. Zij waren ook in Majdanek geweest, bij Lublin, waar men het hele dorp vernietigd heeft dat met prikkeldraad was afgesloten en waarbinnen men barakken gebouwd had. Het bevel daartoe was in de winter gekomen, in november-december 1941. Elke ochtend moest men volkomen naakt in de sneeuw rollen in plaats van zich te wassen, vervolgens ging iedereen terug naar de ijskoude barak om zich voor het werk aan te kleden. Vier mannen moesten een enorm houten gevaarte dragen of een massieve heipaal. Bovendien moesten ze in looppas draven en een Hollandse ingenieur joeg hen op door ze met een karwats tegen hun benen te slaan.
De barakken zaten volgestouwd met Russische gevangenen die alleen wat aardappelen en een beetje soep te eten kregen maar geen brood, en die de hele dag hard werkten onder bewaking van de SS. Voor degene die tijdens het werk te zwak werd en niet stevig werkte, was er een grote kuil waarover planken met gaten lagen waar het hele kamp z’n behoefte deed, en zo iemand werd in de strontkuil gegooid. Elke nacht drongen de SS in een ander blok binnen en richtten met hun knuppels een slachting aan onder de Russische gevangenen die nog alleen maar uitgeputte geraamtes waren. Ze lieten geen mens levend in het blok achter. Ze waren allemaal zo verzwakt dat ze geen weerstand meer boden. ’s Ochtends arriveerde een groep van honderd joden die de lijken weghaalden om ze te begraven. Als het blok leeg was voerde men onmiddellijk nieuwe gevangenen aan.
Als iemand iets fout deed hing men hem aan zijn voeten op, hoofd naar beneden. Sommigen hingen zo acht uur lang voordat ze stierven. Bij ieder appèl, wanneer de mensen in dichte rijen achter elkaar stonden, werd er met mitrailleurs in de rijen geschoten.
Aantekeningen
Op 14 oktober 1944 werd met het afbreken van de muren van Krematorium IV[10] begonnen. Het werk werd uitgevoerd door leden van het Sonderkommando.
Op 20 oktober bracht men met twee kleine bussen en een gevangenisauto gevangenendocumenten zoals kaartenbakken, overlijdensakten, aanklachten enz. om alle kampdocumenten te verbranden.
Vandaag, 25 november, wordt met de demontage van Krematorium II begonnen, daarna is Krematorium III aan de beurt.[11] Opmerkelijk is dat men allereerst de motor en de ventilatiebuizen heeft gedemonteerd om ze naar [andere] kampen – Mauthausen en Gross-Rosen – te sturen. Daar die dienen om mensen op grote schaal te vergassen, en de crematoria IV en V zulk materiaal niet hadden, wekt dat het vermoeden dat ze in die kampen net zulke systemen gaan aanleggen voor de vernietiging van joden.
Ik verzoek al mijn verschillende en in de loop van de tijd begraven beschrijvingen en notities onder de naam Y.A.R.A. bijeen te brengen. Ze bevinden zich in verschillende houders en glazen op het terrein van Krematorium II, alsook twee langere berichten, het ene getiteld ‘Aussiedlung’, in een graf onder een hoop beenderen op het terrein van Krematorium II, en het andere met de titel ‘Auschwitz’, dat tussen de botten op het geëgaliseerde terrein aan de zuidwestkant ligt. Later heb ik het nog eens overgeschreven en aangevuld, en stuk voor stuk onder de as van Krematorium III begraven. Ik vraag dat alles te ordenen en onder de titel ‘Temidden van de afschuwelijke misdaad’ te publiceren.
We gaan nu naar de zone [het gebouw van de zogenaamde sauna]. 170 mannen die zijn overgebleven. Wij zijn er zeker van dat zij ons ter dood zullen brengen. Ze hebben 30 man uitgezocht om in Krematorium V te blijven. Vandaag is het 26 november 1944.’
[1] Een van de eerste, provisorische gaskamers, waarvoor in 1942 in de bossen rond Birkenau twee boerderijen waren omgebouwd, die bunker 1 en 2 genoemd werden. De Sonderkommandos bleven ook de latere gaskamers als bunkers aanduiden.
[2] De deportatie van Hongaarse joden begon in mei 1944 (Aktion Höss]; de twee eerste transporten arriveerden op 2 mei.
[3] Erich Muhsfeld, die in juni 1944 van Majdanak (KL Lublin) naar Auschwitz-Birkenau werd overgeplaatst.
[4] Hatikva – Hoop: het latere Israëlisch volkslied. In de versie onder de titel ‘Im Abgrund des V erbrechens’ wordt dit lied niet gezongen, wel de Internationale; het gas en de verbroedering haalden het wel.
[5] De bussen met Zyklon B werden in auto’s met het Rode Kruis erop naar de gaskamers gebracht.
[6] In de loop van 1942-1944 werden er zestigduizend joden uit Slowakije naar Auschwitz gedeporteerd.
[7] Geschreven in Birkenau in 1943-1944.
[8] In 1940-1941 was Belzec een werkkamp; van maart 1942 tot maart 1943 vernietigingskamp.
[9] Zoals men toen nog dacht, in werkelijkheid werden ze in gaskamers gedood.
[10] Krematorium IV werd bij de opstand van het Sonderkommando op 7 oktober 1944 gedeeltelijk opgeblazen.
[11] Bij dezelfde aktie, bedoeld om sporen te wissen, werd in oktober 1944 Krematorium IV ontmanteld en werden in november-december de technische installaties van de gaskamers en ovens in Krematorium II en III; alle verbrandingskuilen schoongemaakt, dichtgegooid en met gras bedekt. Het werk werd verricht door een deel van het Sonderkommando Abbruchkommando dat begin december uit zeventig gevangenen bestond. Begin december werden twee nieuwe Kommandos geformeerd met in totaal 150 vrouwelijke gevangenen. Danuta Czech vermeldt op 5 december de formatie van een Kommando van vijftig vrouwelijke gevangenen en tekent daarbij in een voetnoot aan dat ze de bevelen van de SS zoveel mogelijk saboteerden door niet alle as en resten van mensen uit de groeven te verwijderen.
