Arthur Sze werd geboren in New York in 1950 uit ouders die van China naar Amerika waren verhuisd. Hij studeerde aan de Universiteit van Californië in Berkeley. Zijn eerste zes poëziebundels werden verzameld in The Redshifting Web, poems 1970-1998. Hij publiceerde ook een verzameling van vertalingen van klassieke Chinese gedichten onder de titel The silk dragon (2001). Zijn meest recente bundel is Quipu dat in 2005 verscheen. Arthur Sze woont in Pojoaque, New Mexico. Hij doceerde tot vorig jaar creative writing aan het Institute of American Indian Arts. Zijn werk verscheen in tal van tijdschriften en het werd vertaald in het Italiaans, Turks en Chinees. Eerdere vertalingen in het Nederlands verschenen in Raster nr. 111/112 (2006).

Het werk van Sze wordt gekenmerkt door de onverwachte combinatie van beelden en ideeën; en door de verrassende wijze waarop hij verbindingen legt tussen diverse aspecten van de wereld. In zijn gedichten combineert hij stads- en natuurbeelden, ideeën uit de moderne sterrenkunde en de Chinese filosofie, anekdotes uit het rurale en het industriële Amerika. Zo creëert hij teksten waarin de complexiteit van de werkelijkheid wordt gevangen en becommentarieerd.

In zijn vroege gedichten uit de jaren ’70 en ’80 was soms een anekdotisch element aanwezig; in heldere beelden werd vaak ook één centraal idee uitgewerkt. In zijn latere werk valt de nadruk op het verweven van verschillende beeldenreeksen en verhaallijnen; het samenbrengen van ‘de brokkelige momenten van onze levens’ in een soort mozaïek. Vanaf het begin van de jaren ’90, culminerend in de bundel Archipel (1995), wordt in vaak lange gedichtenreeksen op gelaagde wijze een beeld geschapen van onze wereld. Arthur Sze schroomt niet om natuurbeelden te combineren met regels die verwijzen naar de moderne fysica of astronomie. En hij monteert op vloeiende wijze elementen uit heel verschillende culturen tot een geheel, elementen uit bijvoorbeeld de oude Maya-cultuur en de klassieke Chinese cultuur combineert hij met de moderne uitvindingen als de telescoop of de berylliumgyroscoop. Opvallend is dat als Sze iets leent uit de wetenschap dat altijd een ‘beeldend’ idee is. Een voorbeeld is de titel van het gedicht ‘Aardschijnsel’. Het komt regelmatig voor dat de zon een deel van de maan belicht en een deel niet, maar af en toe wordt dat donkere deel belicht via de aarde; zonlicht dat op de aarde valt kaatst soms door naar het donkere deel van de maan, alwaar het weer terugkaatst als grijzig licht naar de aarde. Dat is het zogenaamde ‘aardschijnsel’. In het gedicht komen tal van dat soort indirecte belichtingen voor.

Arthur Sze lijkt bovenal erg gefascineerd door de gelijktijdigheid waarmee totaal verschillende gebeurtenissen kunnen plaatsvinden; iemand die doodvalt & iemand die lacht; een wandeltocht door een natuurpark die samenvalt met een zelfmoord ergens anders. Sze lijkt dat wonderlijk te vinden èn verbijsterend.

In het gedicht ‘Paardengezicht’ luiden de slotregels: ‘een merrie baart / een veulen, in de stad valt de elektriciteit uit, een danseres / staat stil in het donker en luistert naar het voorgeschreven geluid / van de voorstelling maar hoort alleen plotse paniekerige kreten’.