Terreur-pantoen

De dood heeft haar levenslang lukraak omgeven

Iedereen een dienstplichtige strohalm van de geschiedenis

Dus bestaan er geen onschuldigen in haar hart

De onverschilligen zijn zeker niet onschuldig

Iedereen een dienstplichtige strohalm van de geschiedenis

Ontzield nog voor de bom ontploft

De onverschilligen zijn zeker niet onschuldig

In Athene stapt ze uit het vliegtuig, laat het pakje achter

Ontzield nog voor de bom ontploft

Wat betekent de gedoemden hebben alles voor het laatst gedaan

In Athene stapt ze uit het vliegtuig, laat het pakje achter

De spil van de verschrikking gaat gehuld in het gewone

Wat betekent de gedoemden hebben alles voor het laatst gedaan

Als de bom ontploft koopt ze net een schildpad-kam

De spil van de verschrikking gaat gehuld in het gewone

Als de bom ontploft koopt ze net een schildpad-kam

Dus bestaan er geen onschuldigen in haar hart

Haar motieven lijken plat en veilig als een dichtgevouwen mes

De dood heeft haar levenslang lukraak omgeven

 

Messenwake

Welk portaal zou de dood kiezen

Het kan elk portaal zijn

Het kan de hoek van de kaart zijn waar monniken zich offeren

Er is een platform uitgestrekt als een trommelvel

Er is de oceaan die nooit moe wordt

Welk portaal zou de dood kiezen

Welke deur

Het kan de deur zijn waardoorheen een man zijn bruid naar binnen draagt

Het kunnen woorden zijn die in de keel opdoemen als wagens in een trechterwolk

Men start een proef waarin de longen langzaam in elkaar klappen

Deze schalen en meters geven het juiste mengsel aan

Deze rust van messen deze slaap van messen

Hoog daarboven vallen de flonkerende steentjes

Dit steeds ontwaken van de wil om te doden

Het is zo alledaags als glas

Het zit in onze vingers

Het zit erin gevroren

Kill Series iii

 

Verworpen reeks

Ze zegt dat ze een reeks

Verworpen verhalen heeft

Elk geschreven op glas

Dan losgelaten van voldoende hoogte

Om het te verbrijzelen

Ze zegt dat ze de vertellingen

Weer scherp wil zien

Hoe alles wat er gebeurde

Nog aanwezig is

Maar het kan nu snijden

En het is opnieuw een mysterie

 

Ze heb voorkeur…

Ze heb voorkeur voor een limousine of nagelboutique

Ze heb er zelf heel wat versleten

Later hang ze in de rij

Een winkel verkoopt een foto van hoe je d’r uitziet over vijftien jaar

Later hang ze in de rij

Een winkel verkoopt een toestel dat je leven vastlegt

Je kan ‘t naar hartelust terugspelen en uitwissen

Of een ervaring tussenvoegen als je de coupons hebt

Later zeg ze onder het eten tegen een man dat ze op ze mond val

Ze zeg tegen een man dat ze van een zeereis in de zomer hou

De foto in d’r tasje hou ze voor d’r eigen

Hij vertel haar over kompels in ‘t donker, kompels zonder licht

Hij zeg haar vingers schieten langs zijn wervels als een vlot door

witschuimend water

Ze denk bij zichzelf dat hij aan iemand anders denkt

Ze spoel terug en wis hem promp uit

Later verlaat ze het restaurant alleen

Midden op een brug gooi ze de foto weg

Als die het plastic water raakt ontbrandt ze

Zie in het register onder brandstoffen vervaardigd van onszelf

Een zeereis in de zomer: zie ‘Is Your Mate On The Love Boat?’ [Readers Digest, februari 1963]

 

Hij bedraad

Hij bedraad de draagbare tijdbom met z’n nagels.

Hij zeg: Wat niks goeds breng gaat in de fik. Zeg:

Halfheid baart leugens Zeg: Leugens sussen in slaap

Zeg: Na de bom

Spring iedereen op

 

Schietgraag

Schietgraag scheur rond in een huidblauwe Belvedère

Hij heb ze moordtuig klem onder de stoel

Een afgezaagde dubbelloops-schietstok en een lijkzak

Hij snoefjaag op en neer door kutstraten vol moord

Zoek zich een paar pas verloren knapen uit

Knal die dansgozers om olievaten zonder omhaal neer

Rits de bloedzak dicht en keil ‘m in de kofferbak

Hij draai rondjes om de teerput voor een pijpbeurt

Ziet een inwit zoetig flikkersmoel met een getuite mond

Lik murmelend aan een lollie van donkere lust

 

Onderwereld

Ik bracht de hele nacht, gisternacht, met mijn vader in de

onderwereld door. Het zal je interesseren te vernemen dat de

onderwereld feitelijk een grand hotel is in het laatste stadium van

verval. Het is gelegen in een verlopen industriestad van

gemiddelde grootte, waar het weer grauw is. Een belangwekkend

punt is, dat het geld bestaat uit vergulde tanden. Ik bezat die van

mijn vader en kocht daarmee diens huidige adres van een

vreemdeling. Hij werkte voor Eewhyle-Juniper & Sash,

venduhouders van inboedels, ‘voor de handel’. Zijn adreskaartjes

waren bleekwit met letters van gerezen vilt. Groen en rood. Hij

herinnerde zich mij niet maar stemde er toch mee in enige tijd met

mij door te brengen. Er bestaat communicatie maar die verloopt

automatisch en telepathisch. Je hoort de stem van de ander in je

hoofd en die van jou wordt in het hunne op dezelfde manier

gehoord. Hij was nog steeds een zware drinker maar zag er een

jaar of vijftien jonger uit. Het hotel is tot in al zijn uitdijende

scheuren volgestouwd met ongebonden boeken in alle soorten en

maten. Overal oefenen kleine oplichters en zwendelaars hun

praktijk uit. Zakkenrollers en dieven van de laagste soort. Niemand

raakt ooit iemand aan. Iedereen gaat steeds gekleed. De grotere

hotelkamers zijn onderverdeeld door wanden van geperste boeken

met geopende en geplette bladzijden die nu eens gevernist dan

weer zonder deklaag zijn. Mijn vader herinnerde zich mij niet en

het woord ‘zoon’ kwam hem vreemd voor maar terwijl hij

onophoudelijk rinkelde met zijn zak vol tanden, stemde hij ermee

in mij een poosje te ontmoeten. Hij vroeg me waar de buitenwijken

waren en of ik die bezocht had. Net als toen hij leefde dronk hij

zwaar en leek afwezig. Af en toe richtte hij langs de automatische

weg het woord tot mij. Had ik soms iemand gezien die bij de

hotelingang verloren scheen te zijn. Had ik ergens kamers gezien

die niet gebruikt schenen te worden. Kon ik hem nog eens vertellen

waarom ik hem wilde ontmoeten.

 

Omtrent de auteur

Hill hoorde de verbale inhoud van gewone voorwerpen.

Ondeugdelijke piano’s. Schakelkettinkjes. Klei en juwelen.

Steenkoolwolken die woordblokken omstuwen. Getinte lenzen over

zinnen gelegd. Collages waarin alles zich toch uitsprak.

 

Behalve dat hij is geboren in de Andes en geschoold in Frankrijk is

er weinig bekend van Hill’s jonge jaren. Hij woonde in een reeks

van woningen die met de hand gebouwd werden. Hij stelde vast dat

elk voorwerp zijn eigen naam in zijn eigen taal uitspreekt, en dat

het gewone leven een naast elkaar plaatsen van dit spreken en het

onze is. Hij woonde in een reeks van woningen die met de hand

gebouwd werden. Vele aan de kust. Verscheidene in de bergen.

Sommige van steen. Het is niet bekend of Hill zijn echte naam is of

dat hij die verzonnen heeft. In de stad die hij als de zijne opeiste,

kende niemand zijn naam. Hij hield van slechts één vrouw. Ze

veranderde herhaaldelijk van naam. Er zijn geen foto’s van Hill na

de leeftijd van elf en een half.

 

Hill is voor het laatst gezien languit liggend in een brede granieten

vensterbank in de stad New York. Bedekt met ijs. Hij beweerde dat

hij ‘slechts een woord onder de dingen’ was geworden.