Je zei
Het lichte dunne laagje wit
van december, spiegelstraten
smal en afwezig
naar haar bed van ziekte, M
zo gaat het over zo.
In de gang kordate meisjes
en de lucht van ziekenzorg.
Zonder rustige regisseur
stonden we maar
niets meer te horen
niets meer te vertellen.
Voor altijd: ik wou, dat M
Stad
In deze stad met blad op de beelden
stadsbeelden van omgeleid verkeer
dat er omheen draait
ligt het gedempte diep
als een omgekeerde boot
en overal in de kiosken
dezelfde breiende vrouwen,
lusteloze morgen.
Ook de middag niet vrolijker
dan de morgen met windkracht
uit alle hoeken op het geluk.
Een tekeer gaande heer
die niets tegen kan houden gelukkig.
Om de hoek zwaait een bus
met een wuivend kind naar wie.
Maar alles gaat, schrijf
opgejaagde, voort, aandachtige geschiedschrijver.