Je moet niet in heksen geloven, maar wat er dan ís is er.

De autonaut

 

Orange-le-Grès… Wie had dat gedacht? Zo’n rijke naam waarin het vruchtensap zich mengt met de leem die de handen van de eerste mensen omvormden tot vazen, beeldjes, heiligenfiguurtjes …
O o. Beeldjes? Heiligenfiguurtjes? Verkenner, verkenner, niets is zo verleidelijk als je mee laten slepen door de poëzie, ik bedoel door de associaties van woorden en dingen: uit een sinaasappel en wat leem ontstaat wat je op een andere manier, zeker minder goed, wilde zeggen.
Want op deze parkeerplaats die mooi is en ruim en hoeken heeft waar Fafner en wij een lome, frisse eenzaamheid aantreffen, op deze parkeerplaats woont de Duivel. Als altijd onder het mom van een lustoord, zij het veel bescheidener dan dat van Jeroen Bosch. En als altijd zal het alleen de onschuldigen gegeven zijn de waarheid te ontdekken en door te vertellen, met het gevolg dat de hele wereld ze bespot en niet gelooft. (Kan ons niet schelen. Kan ons niet schelen. Wij zeggen het toch.)

De truc is eenvoudig, als alle goede trucs (zie Houdini en andere experts). Al jarenlang zien de reizigers op talloze trajecten het bord WERK IN UITVOERING, gevolgd door een strook waar roodwitte kegels (er zijn verschillende modellen maar ze doen allemaal duidelijk denken aan een heksenhoed) de versmalling of blokkade van een bepaalde route aangeven. Gisteren, bij aankomst op de parkeerplaats van Orange-le-Grès, zagen we de kegels op een stapel aan de kant van de ingang staan, alsof ze die binnenkort gingen afsluiten of zojuist weer geopend hadden. Wij schonken er niet veel aandacht aan, we zetten Fafner onder de bomen, ontdekten dat het een enorme parkeerplaats was en begonnen er overheen te lopen met het oog op de wetenschappelijke onthullingen die de lezer al kent en bewondert.
Deze heeft net als andere parkeerplaatsen een gedeelte waar je komt door een reeks borden te volgen met: Jeux pour enfants (Speeltuin). De apparaten kwamen ons gevarieerd, rustiek en sympathiek voor. Kwamen. Ze kwamen ons gevarieerd, rustiek en sympathiek voor tot ons de schellen van de ogen vielen. Een speeltuin? die constructies op basis van balken, die vormen die onontkoombaar een ander type apparaten, gebaseerd op afschuw en lijden, in gedachten riepen? In een seconde werd alles duidelijk en wisten wij de waarheid: wij waren op een plek beland waar je heksen foltert en terechtstelt, en de parkeerplaats was een knap staaltje van camouflage om verborgen te houden wat alleen een expeditie en veteranendom als het onze kon blootleggen.
Hopelijk geven de foto’s een idee van de schavotten, galgen en andere marteltuigen die de ruimte in beslag namen. Hier worden op verschillende manieren de heksen terechtgesteld die, naderhand, naar verschillende wegen worden gevoerd en volgens een oude bepaling rechtop worden begraven, terwijl hun hoed op het graf achterblijft als afschrikwekkend voorbeeld voor andere heksen. Nu begrijpen we het: de hoeden die bij de ingang van de parkeerplaats op een stapel staan, dienen als een afgesproken teken voor een volgende bijeenkomst van rechters, beulen en een select publiek dat getuige is van de auto-da-fé’s, waarin de brandstapels om duidelijke redenen zijn vervangen door galgen en schavotten (zoals men weet is het verboden vuur te stoken op parkeerplaatsen). Als de overeengekomen dag daar is, worden de hoeden op een rij gezet en sluiten ze de ingang af voor Belgische, Engelse en nationale toeristen die van dat deel van de snelweg gebruik maken, en dat is geenszins verrassend zoals de bleke lezer kan opmaken uit hetgeen ons bijna in het begin van onze expeditie overkwam. Een parkeerplaats die is afgesloten voor publiek heeft geen zichtbaar belang; veel belangrijker is de ontdekking dat hij wordt afgesloten wanneer de inquisiteurs hem gebruiken voor de executie van een nieuw contingent heksen waarvan het aantal in Frankrijk steeds meer leek toe te nemen, gezien de hoeveelheid hoeden op alle hoofdwegen en secundaire wegen van het land.

 

galgen en schavotten

 

heksenhoeden van de snelweg

 

Cortázar en Dunlop

 

Moeten we dus aannemen dat de Malleus maleficorum deel uitmaakt van de praktische bibliografie van de snelweg, samen met de Michelingids? Kan de regering van François Mitterand, in het bijzonder de vrouwelijke ministers van het kabinet, de armen over elkaar slaan bij zo’n onthulling? Is dat socialisme? Waar wacht Christiane Rochefort op met het schrijven van een nieuw boek met alle vinnigheid die ze als raddraaier van de letteren bezit? En de Éditions des Femmes? Praktisch alle heksen zijn vrouwen en alle inquisiteurs mannen. Quo usque tandem, Catilina?

 

Boven: Julio Cortázar met zijn vrouw Carol Dunlop.
Foto: Camilla van Zuylen.