In hart en nieren tegenwoordig. Hoewel het niet mijn hobby is, geloof mij: ik heb vrienden. Waar waait het niet, van vroeg tot laat? Wie scheert zich met de meeste doodsverachting? Aha, dat zijn moeilijke vragen uit mijn mond. Er breken drukke tijden aan. Ik heb jammer genoeg maar een paar schouders en een stel hersenen, om over handen en voeten acuut te zwijgen. Ik lach om een klus van tien jaar. Concurrentie vind je aan de slootkant bij een viswedstrijd. Ik zei al: ik heb vrienden en die de hunne. Ik verhuis iedereen. Logica is iets anders dan gezond verstand, dus iedereen is mijn vriend. Bij onbegrip gaan ogen dwalen en wachten lippen op de wekker. Ik heb het niet graag over vroeger: morgen verhuis ik twee Crooswijkers naar de Achterhoek, woensdag een choreograaf naar Beilen, donderdag gaat de halve Zwolse bibliotheek naar Termunterzijl. Wie tot tien kan tellen, moet zijn aandacht verdelen. Ik ben gek op dieren, maar er zijn veel ezels die zich als paard gedragen. In villawijken zitten soms drie gezinnen in een villa.

Dat hoort natuurlijk niet. Maar wie ben ik, met de ene opdracht na de andere? Kamerverhuur laat ik over aan mijn broer. Ik heb ook een neef zonder vast adres. De huur zeg je makkelijker op dan je huis. Waar gehakt wordt, vallen spaanders? Winst of verlies, dat is een kwestie van smaak. In elke familie heb je wel een idioot. Sommigen wonen te dicht op elkaar. Dikwijls vragen ze of ik volgende week al kan. Ik kan altijd, ik ben verhuizer. Over veertien dagen begin ik aan Burgers Dierenpark: te grote concentraties zorgen voor onrust in het hele alfabet. Een aap of wat naar Zierikzee, drie bizons naar een antiekveiling achter het Vrijthof, dat belooft een mooie rit. Er zijn ook rusthuizen waar alleen oud-burgemeesters wonen. Dat noem ik handel. Ik pak elke vracht. Vannacht nacht doe ik het overschot aan Brabantse biljarters, met tafels en al. Op de terugweg langs Sneek, daar krioelt het van de zeilinstructeurs. De afstand tussen boeren is erg groot. Ja, mijn neef verkoopt adresboekjes, mijn broer verhuurt. Er komt geen einde aan, soms zit de weg potdicht met collega’s. Wadvissers, zilverplevieren, witgatjes. Die zijn leuk. Een doodshemd heeft geen zakken. Ik zei al: uw vriend is de mijne. Soms verhef ik mijn stem. Dan schrik ik. Amateurisme is taboe in onze branche, met een onthouding. Die was hangen we buiten. In het algemeen is er weinig bekend over verhuizers, dat schept een band. Op een stamboom rijdt mijn wagen niet vanzelf. Koffie maakt mensen mopperig, hoewel ik geen talen spreek. Daarom is het voorjaar zo’n mooi seizoen. Bloemen vervoer ik met tegenzin, van tere dingen krijg ik het benauwd. Kunst doe ik met mijn ogen dicht. Een enkele keer regent het zo verschrikkelijk dat ik me verplaats in een ander. Niemand kan zonder geluk. Ik drink alleen water, voor polonaise heb ik geen tijd. Ik moet verhuizen. Geen kerkorgel is me te zwaar. Kijk, nou denk ik opeens aan ambtenaren. Die zitten op elkaars lip. Er is weinig waar ik nooit aan denk, het hoort erbij. Op mijn verjaardag verkoopt mijn neef opgezette fazanten, ieder zijn vak. Bewondering gaat snel met je aan de haal. Daarover bestaan veel misverstanden, die verhuis ik. In de vreemdste dorpen is een enorm tekort aan misverstanden, als je percentages berekent. Het komt voor dat er personen uit grachtengordels worden heengebracht, en parkeerwachters. Het is een zaak van verhoudingen: daar draait het om. Ik spuug niet op een hoop afval meer of minder. Je moet je kunnen verantwoorden. Een collega van me is gespecialiseerd in het verhuizen van stukjes snelweg, dat is secuur werk. Jaloers ben ik er niet op. Eigenlijk heb ik een hang naar het circus. Mijn broer verhuurt tenten en olifanten in alle soorten en maten. Ik ben koorddanser van huis uit, maar ik heb het niet graag over vroeger: met verhuizen bewaar je je evenwicht. Het is goed dat er in dit land geen provincie van bergen is. Ik word een beetje dik. Mijn tantes waren onder behandeling van eendokter, die deden niks. Een dokter tussen de lading is geen ramp. Ik word gratis nagekeken, ik krijg wetenschappelijk nieuws en waarschuwingen. Zo ben ik beter bestand tegen tragedies, tegen mislukkingen. Mijn broer wil mij bretels verhuren, ik hou hem in de gaten. Een ogenblik dat de zon recht in je gezicht schijnt, is voor hem een gat in de markt. Ik eet nooit buiten de deur, hutspot hoort bij de inboedel. Dat is wettelijk vastgelegd, ik vind het best. Ik begrijp niet waar de grens ligt. Het is dat ik altijd onderweg ben, anders zou ik mijn hart luchten. Een echte verhuizer is bescheiden. Ik droom alleen van laden en lossen. Tafelmanieren zijn voor vogels niet van belang, dat wordt vaak vergeten. Wat vastzit, zit los. In Dordrecht en omstreken leven veel korfballers, die verhuis ik. Mijn pet is de uwe, ik bedoel: in wiens schuitje varen we niet? Zo zijn de feiten. Het transport van feiten is levensgevaarlijk, er wordt fors gelogen.